Carl van Hees heeft na zijn studies in de mode en illustratie gekozen voor glas als medium om zijn kunst vorm te geven. Al vanaf 1987 was hij studioassistent van Toots Zynsky (één van de grootste glaskunstenaars die Nederland kent). Toen zij wegging naar Amerika heeft Carl haar atelier in 1999 in Amsterdam overgenomen.
Carl ontwikkelt ‘vessels’ in spectaculaire vormen en formaten, die eruit zien als suikerwerk. Het zijn schalen en kommen in monochrome, heldere en felle kleuren. Bloedrood, diepzwart, mosgroen, kobaltblauw, citroengeel; heldere en strakke vormen die soms worden voorzien van subtiele belijningen. Hij maakt gebruik van de “fusing-techniek” (fusen = samensmelten) waarmee hij glasstukjes in een mal smelt. Om aan de juiste glaskristallen (granulaat glas) te komen verbrijzelt hij zelf gekleurde glasstaven, die uit een speciale glasfabriek in Murano/Italië komen, volgens een eigen techniek: de staven worden in de oven verwarmd en vervolgens in koud water gedompeld. Ze spatten uit elkaar, de stukjes worden gedroogd en fijn gemalen in een echte ouderwetse gehaktmolen. De korrels worden met poeder gemengd tot een papje, waarna de schalen laag voor laag in een gipsen mal worden opgebouwd – een zeer arbeidsintensief proces. In zo’n mal kan Carl een object meegeven wat hij wil: gekleurde ringen, lijnen in de buitenwand, een laagsgewijze opbouw, een uitgedachte vorm, enz. De koude massa wordt langs de kant van de mal opgebouwd, waardoor de binnenruimte hol blijft en bij voltooiing in de oven geplaatst. Fascinerend is het glanzende en tegelijk korrelige oppervlak van de objecten: heel verleidelijk om aan te raken.